Gelijke kansen in het onderwijs: wat is dat eigenlijk?

De mijnen in of naar de HBS…

In mijn vorige blog schreef ik over de niet gerealiseerde ambities van mijn vader. En over hoe mijn kansen toenamen doordat ik naar de middelbare school mocht. Iets waar hij alleen van had gedroomd. Hoe komt het dat hij niet en ik wel naar de middelbare school ging? En iedereen moet toch naar de middelbare school?

Binnen één generatie

Zo snel is het dus gegaan. Binnen één generatie van niet naar de middelbare school omdat je moest werken op de boerderij, naar wel naar de middelbare school omdat het moet. Er was ‘leerplicht’.

Leerplicht voor de middelbare school

De leerplicht is er pas voor de middelbare school vanaf 1969. Dat wil zeggen sinds 1969 moet je negen jaar naar school. Gerekend vanaf 6 jaar natuurlijk. Het lijkt misschien onbelangrijk en irrelevant voor nu, maar dat is het niet. Vanaf 1969 moest iedereen naar de middelbare school. En vanaf 1975 10 jaar.

De wereld was zo eenvoudig

Op de middelbare school leerde je een vak. Want dat werken lonkte nog steeds. Dat was de toekomst, na het leren: zagen en lassen voor de jongens en naaien en wassen voor de meisjes. En ja ik weet dat het discriminerend en niet emancipatoir klinkt. Maar zo ontstonden de LTS en het LHNO, oftewel de technische school en de huishoudschool. De wereld was eenvoudig.

De HBS

Een paar kinderen gingen naar de HBS, de hogere burgerschool, die trouwens al sinds 1848 bestaat en niet verplicht was. Maar wel bedoeld voor de burgers. In ‘Hogere Burger School’ hoort het ‘hogere’ niet bij de burgers, maar bij de school! Na de lagere school een hogere school voor alle burgers! Al is dat later wat onder gesneeuwd. Omdat de school ongewild (en zonder leerplicht) toch wat elitair bleef.

Selectie was al gemaakt

Voor de kinderen die niet naar de HBS gingen was de selectie al (ver) voordat je naar de middelbare school ging gemaakt. Een vriend van mij zat in Limburg op school. Hij vertelde dat ze in de klas drie rijen hadden: twee voor kinderen die in de mijnen gingen werken en één rij voor de HBS. En die rij moest op zaterdag naar school. En kreeg aardrijkskunde. Dat kregen de andere kinderen alleen als de inspecteur kwam, uit mooie nieuwe boeken, die verder in het hele jaar nooit uit de kast kwamen. 

Ongelijke kansen

Hier werden de ongelijke kansen dus niet (alleen) ongelijk bepaald door de vooropleiding van de ouders, maar ook en vooral door de keuze van de ouders zelf. En door de onderwijzers, die mee gingen in de ordening van die ouders.

Emancipatie

En toen kwam de emancipatie. Niet die van de Vrouw, maar die van iedereen. Emancipatie gericht op deelname aan de maatschappij. Gericht op consumptie en consumptiegoederen. De aristocratie, waarin het oude geld en de adel de macht hadden werd vervangen door de meritocratie: Iedereen kan bereiken wat hij of zij wil op basis van zijn of haar talenten.

In de verklaring van de rechten van het kind (Artikel 28) staat:

De overheid zorgt ervoor dat het voortgezet - en beroepsonderwijs toegankelijk is voor ieder kind, in overeenstemming met zijn of haar leerniveau. De overheid pakt vroegtijdig schooluitval aan. De handhaving van de discipline op school moet de menselijke waardigheid en kinderrechten respecteren. International samenwerking is nodig om analfabetisme te voorkomen. 

Nu is het dus beter. Toch? Want iedereen krijgt nu zonder aanziens des persoons onderwijs. Als je je best doet kun je naar de HBS. Die inmiddels VWO heet. Klopt dat wel? Moet iedereen daar naar toe? Waarom is HBS (of VWO) zoveel beter en hoger dan de technische school? Of de huishoudschool?

Volgende keer deel 3: wat betekenen gelijke kansen nu dan echt? Is het nu echt beter?

Eerste artikel

Lees ook deel één uit deze serie over gelijke kansen in het onderwijs; 'Ruimtekond Laika als wake-up-call voor gelijke kansen'.

Meer informatie

Heeft u vragen of wilt u meer weten over gelijke kansen in het onderwijs? Neem dan contact op met Albert de Boer via 06 55 19 24 70 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.