Het Jonge Kind

Hercertificering Startblokken: een deelnemer vertelt

Wat wil je bereiken?

Ingrid is de uitdaging aan gegaan om zich meer met het spel van de kinderen te ‘bemoeien’. Of juist minder?

'Ik wil de komende periode vooral bezig zijn met meer gerichtere spelbegeleiding in de hoeken. Oog hebben voor waar de kinderen mee bezig zijn, wat vinden zij belangrijk, enerzijds kijken naar wat wil ik (wat zijn mijn bedoelingen) en anderzijds zorgen dat de activiteit betekenisvol is. Aansluiten bij het spel zonder het spel over te nemen, kinderen de tijd en ruimte geven om zelf met een invulling/idee te komen. Daarbij wil ik mij graag meer bewust worden van het inzetten van de spelimpulsen en de negen rollen in het spel. De meeste punten gebruik ik wel, maar juist het bewust inzetten kan beter.”

Wat ben je gaan doen?

Ik ben mij meer gaan richten op het mee doen aan hun activiteiten door middel van meespelen, zonder het spel over te nemen of te veel te sturen. Meer kijken naar wat de kinderen willen/leuk vinden en wat ze nodig hebben in het spel. Daarnaast ben ik samen met de kinderen gaan evalueren en reflecteren door middel van korte gesprekjes.

De spelimpulsen en rollen ben ik meer eigen gaan maken door ze doelbewust in te zetten. Bijvoorbeeld niet alles tegelijk aan willen bieden, maar spel langzaam opbouwen en gaandeweg verdiepen. Bekijken welke activiteiten we gaan doen op een ochtend en bewust kiezen voor een activiteit in een van de hoeken om mezelf hierin meer te ontwikkelen. Daarbij heb ik ook gekeken  naar welke kinderen op welke punten ondersteuning/uitdaging nodig hebben en ben ik juist met deze kinderen een spelactiviteit gaan doen. Belangrijk is dat ik erop let dat ik kinderen de ruimte geef en ze zelf aan laat geven wat zij willen in dit spel, wat zij belangrijk vinden. Om vervolgens   mijn spel aan te passen om te komen tot een betekenisvol spel.

Ik heb me vooral proberen te ontwikkelen in het meespelen, zonder het over te nemen. Inderdaad: meer kijken wat kinderen doen, wat ze nodig hebben, rollentaal gebruiken. Kinderen tijd en ruimte geven om zelf dingen in te brengen en te ontdekken.

Het spel van de schoenenwinkel was een spel van twee jongens die normaal samen druk spelen, gooien met spullen en veel verzamelen. Ik heb de rollen in eerste instantie verdeeld (klant en 'meneer van de winkel') en heb tijdens het eerste spel voornamelijk gesouffleerd en geregisseerd: wat zeg je in de winkel, wat doe je, wat gebeurt er? De jongens pikten het goed op, stelden elkaar de vragen die ik ze gaf en deden iets met de spelsuggesties. Toen het spel wisselde heb ik ze minder aanwijzingen gegeven en zelf meer na laten denken over hoe ze het daarvoor gespeeld hadden en kwam er verbazend veel terug. Zelf werd ik ook in het spel betrokken, doordat ze schoenen voor mij uit gingen zoeken. Nadat ik het spel op gang heb geholpen door eerst mee te spelen en als klant een rol te spelen, gingen ze zelf verder met passen en uitzoeken.

Ik werd vooral blij van de interactie tussen een jongetje, die normaal gesproken timide is en niet veel zegt (VVE op taal) met een meisje waar hij mee speelde. Er kwam taal (termen) terug die we daarvoor telkens hadden gebruikt in de kring en tijdens ander spel.

Een ander spelmoment vond plaats in de huishoek. Er werd soep geserveerd en ook pannenkoeken. Welke borden heb je daarvoor nodig, wel bestek en waarom dan die? Overal werd over nagedacht en op elke vraag kwam een antwoord. Er is zelfs even 'boodschappen gedaan' omdat de stroop op was. Toen ik uit het spel stapte gaf ik aan dat het eten klaar was en vroeg wat er dan moest gebeuren. 'Afwassen' was het antwoord en dat gingen ze vervolgens doen met z’n tweeën!

Ik ga bewuster meespelen, sluit me aan in het spel of lok spel uit door in een hoek te gaan zitten en te vragen wat er gebeurt/wat ze aan het doen zijn. Als er spel is, zorg ik ervoor dat de groep in de spelhoek niet te groot wordt. Ook probeer ik er kinderen bij te betrekken, die het nodig hebben of juist diegene die er al speelt te prikkelen of uit te dagen tot meer.

Ik ben hier nog niet zolang mee bezig, dus kan mijzelf op meerdere punten nog ontwikkelen: kinderen tijd geven om te ontdekken, zelf laten komen met dingen, niet te snel en teveel zelf invullen. Spel verbreden naar andere activiteiten, reflecteren en evalueren. Dus meer bewust inzetten van de spelimpulsen en de rollen in het spel.

Reflectie

Voor de cursus was ik meer spel aan het observeren, zonder mee te spelen. Kijken wat ze zelf deden in de hoeken en dat merendeels van de tijd zo laten. Nu pak ik het anders aan. Af en toe even meespelen of 'ingrijpen/bijsturen' bij ongewenst gedrag. Ik zorg ervoor dat spel goed verloopt door niet teveel kinderen in de hoeken te laten spelen, te letten op het aanbod van materiaal en de kinderen te verdelen over de groep.

Ik heb ervaren dat het meespelen belangrijk is om spel naar een hoger niveau te tillen en kinderen uit te dagen. Zorgen dat kinderen zich blijven ontwikkelen in spel, kijken naar wat het individuele kind nodig heeft en ontdekken hoe ik kinderen kan helpen: daar ga ik mij nog meer of focussen. De afgelopen periode heb ik ervaren dat doelen makkelijk in te passen zijn in spel in de hoeken en weet ik hoe en welke materialen ik kan inzetten om spel ook te verdiepen. De winst die ik ervaar van ontwikkelingsgericht werken is zinvoller en betekenisvoller spel. En het mooie is dat ik met kleine aanpassingen in activiteiten (die niet zo ingewikkeld te hoeven zijn), kinderen van verschillende niveaus kan bereiken en stimuleren in hun ontwikkeling.